Op de bal met Cees Vervoorn

“Voetbal is publiek bezit. Iedereen heeft er een mening over, iedereen vindt er wat van.”

Als het over sportinnovatie gaat, dan ben je bij Vervoorn aan het juiste adres. De geboren Hagenaar kan met recht een autoriteit worden genoemd. “Eigenlijk ben ik mijn hele leven al bezig met het toepasbaar maken van kennis voor de praktijk”, vertelt hij tussen de thuiswerkzaamheden en een verbouwing door via een virtueel gesprek. “Als trainer-coach op het hoogste niveau (Vervoorn was onder meer trainer van HvA volleybal, red.), in mijn studie Bewegingswetenschappen en bij het NOC*NSF. Daar had ik het zelfs in mijn portefeuille: de wetenschappelijke ondersteuning van atleten, coaches en programma’s. En uiteraard twintig jaar voor de Hogeschool van Amsterdam (HvA, als directeur van de ALO, decaan en lector, red.) en dat doe ik nu bij het Kenniscentrum Sport & Bewegen als Manager Toegepaste Wetenschap.”

‘In voetbal valt nog veel winst te behalen’

Maar waar kennis en innovatie, en meer specifiek de toepassing daarvan, bij de de oud-olympisch zwemmer (1976, 1980, 1984), ontegenzeggelijk op één staat, is dat allerminst het geval in de voetbalwereld. Daar heerst het conservatisme. Volgens Vervoorn zijn alle ‘meninkjes’ in de voetbalsport daar debet aan. “Kijk, voetbal is publiek bezit. Iedereen heeft er een mening over, iedereen vindt er wat van. Juist daardoor wortelen innovaties vaak slecht”, legt hij uit. “Voetbal is in tal van opzichten een veld waarin nog veel gedaan kan worden, waar nog veel winst valt te behalen. Zeker als je het hebt over de toepassing van kennis. En niet alleen in de jeugdontwikkeling. Wat dat betreft is de manier waarop de conservatieve voetbalwereld neerkijkt op ‘laptoptrainers’  illustratief voor hoe het denkt over vernieuwing. Natuurlijk zijn er topclubs die wél verder kijken, maar dat zou in de breedte nog veel meer moeten gebeuren.” 

Vervoorn ziet daarbij een belangrijke rol weggelegd voor data. Volgens hem is dat namelijk de toekomst van het voetbal. Ook in de ontwikkeling van talentvolle voetballers. “Het in de geneeskunde bekende ‘personal medicine’, op de persoon toegesneden medicatie op basis van persoonlijke data, is iets dat je ook meer ziet terugkomen in de sport. Er wordt per speler, en soms zelfs per positie, gekeken naar wat de meest optimale trainingsvorm is, om zo een glansrijke carrière te realiseren”, doceert hij achterover leunend in zijn bank. “Geïndividualiseerde training en begeleiding via dataverzameling is de next level“. Ook in het voetbal. Voor de trainer is het vervolgens de uitdaging om al die gegevens voor een optimale fysieke voorbereiding om te smelten naar een teamconcept waarmee ook wordt gewonnen. De elf meest fitte spelers maken niet automatisch het beste elftal.”

‘JOGO brengt de voetbalsport dichter bij het kind met dromen’

Wat dat betreft past JOGO precies in het toekomstplaatje dat Vervoorn voor het voetbal schetst. Het revolutionaire platform voor jeugdontwikkeling, bestaande uit een app- en webversie, zet namelijk ook vol in op het gebruik van data. Niet alleen door voetballertjes te helpen met onder meer gepersonaliseerde oefenstof, maar ook door hun kwaliteiten te objectiveren. “Hoe meer tools je als club en trainer hebt om objectief de ontwikkelingscurve van kinderen te meten en beoordelen, hoe meer recht je doet aan hun kwaliteiten. En ook aan hun mogelijke carrières”, motiveert Vervoorn. “Met JOGO kan je objectief kijken naar de prestatieverbetering van voetballende kids. Ik ben er dan ook van overtuigd dat het impact zal hebben op de jeugd- en talentontwikkeling in het voetbal.”

Daarmee laat JOGO Vervoorn’s ‘innovatiehart’ sneller kloppen. En dan met name de manier waarop het kennis functioneel in de praktijk toepast. “De tool gebruikt optimaal de technische functionaliteiten van de mobiele telefoon om het voetbal verder te helpen; de jeugdvoetballers in hun prestaties, de coaches in hun begeleiding”, constateert hij met een hoorbare voldoening in zijn stem. Dat maakt het zo interessant. Zeker in combinatie met de ambitie om via data niet alleen de fysiek van de voetballer en zijn vaardigheden te pakken te krijgen, maar ook het mentale aspect. Want dan krijg je namelijk wel een heel compleet beeld van een jong mens en zijn prestatiecurve.” 

‘Practice makes perfect’

“En als je ziet hoeveel mobieltjes er tegenwoordig zijn. Elk jong kind heeft er een, ook in de minder rijke delen van de wereld. Dat maakt dat kinderen, die dromen om de nieuwe Messi te worden, via JOGO de kans krijgen om in hun eigen thuisomgeving beter te worden”, vervolgt Vervoorn. “Ze krijgen advies, worden gezien en opgeslagen in een database. Trainers kunnen de tool zelfs inzetten als een soort huiswerk-instrument. JOGO brengt de voetbalsport daarmee dichter bij het kind met dromen. Ook bij de kids die beschikken over talent, maar niet over de juiste omstandigheden. Elk uur dat iemand extra in zijn ontwikkeling steekt, levert namelijk op. En juist dat kan je met de JOGO-app doen. Ook nog eens op een verantwoorde, wetenschappelijk onderbouwde manier.”

Het adagium ‘practice makes perfect’ is ook op de weg naar de top leidend. Zo weet Vervoorn uit eigen ervaring maar al te goed. “Om als speler het maximale uit je talent te halen en te excelleren, heb je een goede basis nodig. Zo’n fundament creëer je door het herhalen van technieken, zoals schieten en passen, en deze constant erin te slijpen. Zelf trainde ik als jonge zwemmer zo’n beetje 25 uur per week om bijvoorbeeld de complexe driedimensionale zwembeweging onder de knie te krijgen”, verduidelijkt hij.

“Met de trainingsoefeningen in de JOGO-app heb je de mogelijkheid om deze training load op elk moment individueel te doen. Dus naast de reguliere trainingen. Met daarbij ook nog eens de kwaliteitstoets van de trainer.

En voor een groot gedeelte zit dat laatste zelfs in de applicatie, die een signaal afgeeft bij een foutieve aanpak. Zo kan je jouw ontwikkeling op elk moment volledig zelfstandig voortzetten, omdat de tool een corrigerende werking heeft.”

‘JOGO ook interessant voor andere balsporten’

Maar doof je met een dergelijke aanpak niet de creativiteit uit in de voetballer zelf? Het is een veelgehoorde kritiek, waar Vervoorn niet bang voor is. Sterker: hij vindt dat JOGO clubs juist de kans geeft om spelers hun volle potentieel te laten benutten. “Op het moment dat je als trainer weet dat de techniek er is voor creatieve acties, dan kan je de trainingen onder begeleiding heel anders inrichten: meer gericht op de ontwikkeling van dergelijke aspecten dan nu het geval is. De speler kan alle kwaliteiten die hem onderscheiden als voetballer specifiek gaan trainen, want het fundament is in orde.” 

Overigens ziet Vervoorn JOGO ook als een nuttig instrument voor andere balsporten. “Met de camera kan je de bal volgen en veel belangrijke zaken registreren: dribbelen, passen, hooghouden. Daarmee kan je dus, net zoals bij voetbal, het fundament versterken waardoor iemand zijn talent maximaal kan trainen en etaleren. Zowel met als zonder trainer. En ook nog eens in de situatie die jou op dat moment het beste uitkomt.” 

SUBSCRIBE TO OUR NEWSLETTER
  Thank you for Signing Up